‘Zal ik even in het restaurant een kop soep voor je halen?’, bied ik aan als mijn vader ontdekt dat hij heeft vergeten soep aan te kruisen op het menu. Hierdoor kreeg hij alleen hoofdgerecht en toetje op zijn kamer geserveerd.

‘Neenee’, zegt hij, ‘iedereen kan een fout maken. Ik druk op de knop.’ Hij voegt de daad bij het woord. Al gauw komt een verzorgster binnen. Hij legt uit dat hij het formulier niet volledig heeft ingevuld en dat daardoor zijn kop soep aan het menu ontbreekt. De verzorgster vraagt of hij uiensoep of bouillon wil. Mijn vaders antwoord verrast me. Hij maakt nog geen jaar gebruik van de maaltijdservice. Tot die tijd kookte hij zelf elke dag een driegangenmaaltijd inclusief soep. De laatste jaren heeft hij, voor zover ik weet, alleen tomatensoep en zondagse soep gekookt en gegeten. Ik heb wel eens verteld dat hij soep voor me maakte als hij wist dat ik zou komen. Ik omschreef het als vloeibare liefde. De verzorgster keert binnen een minuut terug met de door hem gewenste uiensoep.

Dat moest mijn (overleden) moeder eens weten! Vroeger kreeg hij last van zijn buik bij te veel uien of knoflook in het eten. Ook van olijfolie. We dachten dat hij zich aanstelde – overdrijvende-mannen-weet-je-wel – en hebben het stiekem getest. Hij kreeg dus echt problemen van olijfolie. Onze test had dat onomstotelijk bewezen.

‘Ik moet niet vergeten de soep aan te kruisen voor komende week’, zegt hij voordat hij ‘toehapt’.

‘Zal ik vast beginnen te kruisen?’, stel ik voor. Zomaar, omdat ik dat leuk vind, niet omdat hij het zelf niet kan. Elke dag zijn er twee keuzemogelijkheden. Bouillon is telkens één daarvan. Die neemt hij nooit. Wel de variant zoals courgettesoep, bloemkoolsoep enzovoorts. Ik sla steil achterover.

Een tijdje geleden waren we ook rond etenstijd bij mijn vader. Aangezien ik van eten houd, informeerde ik nieuwsgierig naar wat hij kreeg. ‘Gewoon, poestasoep,’ antwoordde hij achteloos. Ik heb er hartelijk om gelachen. Wat is poestasoep? Ik neem aan dat het Hongaarse goulashsoep is. Maar dat woordje ‘gewoon’ ervoor, nonchalant uitgesproken door mijn vader. De man van jarenlang slechts twee soepen. Hij verraste me een andere keer met de mededeling dat hij erg had genoten van bami met babi pangang. Die had hij ongetwijfeld voor het eerst in zijn leven voorgeschoteld gekregen.

Hij tilt de kalkoenfilet met zijn vork op en zegt: ‘Dat ziet er toch prima uit. Het is wel erg veel.’

Hij eet met smaak en kauwt goed met ongeveer de helft van zijn oorspronkelijk gebit. Tijdens het eten ben ik stil, zodat hij zich kan concentreren op de maaltijd. Het toetje zet ik op zijn verzoek in de koelkast tot morgenochtend. Hij verdeelt alles. Pudding in de ochtend bevalt hem beter dan in de middag. Zo’n oude buik heeft een extra gebruiksaanwijzing.

Na het eten trekt hij de menu’s voor volgende week naar zich toe. Af en toe vraagt hij advies. Normaal gesproken vult hij alles in z’n eentje in en dat gaat doorgaans prima.

Ik geniet van mijn vaders enthousiasme. Sommige mensen vinden het moeilijk zich aan te passen aan gewijzigde (leef)omstandigheden. Mijn vader staat z’n mannetje en is daardoor een groot voorbeeld. Ook al kookte hij jarenlang met plezier zelf, toch vult hij nu met voorpret de menulijsten voor komende week in. Na het invullen volgt een dubbelcheck. Dit alles zonder leesbril. Hierna neem ik afscheid van hem. In mijn zak twee peren. Hij gaf ze mee voor het ontbijt van mijn lief. De peren vond hij te hard voor zijn tanden. Maar eerst vertelde hij nog over een juttepeertje dat hij vroeger vernuftig met een stok onder de heg door had willen kapen, totdat zijn vader eraan kwam en het hem verbood. Zijn ogen twinkelden bij de herinnering. Dan gaat hij voldaan rusten.