Een blik op de buitenwereld (van achter glas)

//Een blik op de buitenwereld (van achter glas)

Een blik op de buitenwereld (van achter glas)

Vandaag ga ik op bezoek bij papa. Ik was vroeg wakker. In bed denk ik aan hem. De vorige keer dat ik langs ging, zag hij er gezond uit. Hij was goed geluimd bovendien. Regelmatig krijg ik via het gecomputeriseerde zorgplan Caren een update van zijn bestaan. De zorg schrijft met betrokkenheid over hem.

Wat me goed doet om te lezen is dat hij telkens iets laat schrappen. Nee, ’s avonds hoeven ze niet meer langs te komen om zijn boterhammen te smeren, dat doet hij zelf. In de ochtend heeft hij ook een taak laten verwijderen. Hij is gewend zoveel mogelijk zelf te doen en neemt nu langzaam de controle over zijn leven weer over.

Hij is tevreden over hotel en personeel, zoals hij het verzorgingshuis complimenteus en tevens lichtelijk spottend omschrijft. Spottend op de manier van: wie had gedacht dat ik uiteindelijk hier terecht zou komen? Maar ik zit er nu en maak er het beste van. De mensen zijn zorgzaam en lief voor mij. Wat een luxe.

Twee weken geleden was hij voor het eerst in z’n eentje met de rolstoel een paar meter de gang op gereden. Hij had bij de overbuurvrouw aangeklopt. Ze is een stuk jonger dan hij, maar ze kennen elkaar van vroeger. Ze deed open in onderbroek. Mijn vader nodigde haar uit voor een kopje koffie. Hierna kwam ze op een middag langs voor het kopje koffie en zong liedjes van vroeger. Ze – kettingrookster – kan niet goed zingen, maar het was reuze gezellig. Mijn vaders deur staat voor iedereen open.

‘Maar ze komen niet meer,’ zegt hij. Eigenlijk betekent dat laatste: de meeste leeftijdsgenoten zijn er niet meer.

Het beeld dat ik nu op mijn netvlies heb, is papa zittend in zijn rolstoel voor het raam. Rozenkrans op tafel. Hij ziet elke vogel die voorbij vliegt. Aan de hand van vogelgedrag doet hij weersvoorspellingen. Dat deed hij altijd al, alleen dan meestal in de vrije natuur. Niet van achter glas. In gedachte zie ik hem werkend in zijn moestuin en op zondag staand in dezelfde moestuin in zijn goede kleding. Het colbert heeft hij na de hoogmis binnenshuis over een kleerhanger gehangen. Mouwophouders om zijn bovenarmen. Mouwen van het overhemd een paar slagen opgerold. Stropdas losjes. Handen in zijn zakken. Blik naar boven gericht. Filosoferend. De zorgzame mens, voor zijn gezin. Tevens de contente mens staande in de lentezon.

Voor het raam in het verzorgingshuis zit diezelfde contente mens. Toch vraag ik me af wat die blik naar buiten met hem doet. De buitenwereld waarin hij twee-en-veertig jaar als postbode heeft gefietst. Vroeger maakte hij lange tochten, ook over onverharde wegen door de Peel. Hij heeft wel eens verteld dat hij de fiets met zwaar beladen posttassen op zijn nek heeft moeten nemen toen de hevige sneeuwval fietsen belemmerde. Om de door sneeuw onzichtbaar geworden landweg af te snijden, doorkruiste hij met fiets en post op zijn rug de wei. Toen hij nóg jonger was, een kind, werd hij met zijn fiets op pad gestuurd om langs de deuren klompen te verkopen. Zijn vader was klompenmaker en hijzelf later ook.

Verplicht op pad en toch vrij.

Hoe voelt een blik op de buitenwereld waarin je ruim negentig jaar in vrijheid hebt verkeerd van achter glas? Vandaag ga ik het papa vragen.

Foto van jaren geleden in mijn ouderlijk huis.

2018-11-21T15:10:00+00:00

About the Author:

One Comment

  1. Leny Bravenboer 16/10/2018 at 11:07 - Reply

    weer genoten vandit prachtige verhaal, bedankt voor het meegenieten !! fijne dag, en de groeten aan je vader

Leave A Comment