Mijn telefoon bromt in mijn rugzak. Ik ben net te laat met opnemen en probeer mijn vader snel terug te bellen. Voor ik zijn nummer heb kunnen kiezen, belt hij zelf weer.
‘Ben je al ver weg? Je hebt jouw tas vergeten,’ zegt hij.
‘Oh, ik kom gauw terug!’
Zojuist, voor ik vertrok, keek ik zijn kamer rond met het gevoel dat ik iets vergat, maar ik wist niet wat. De tas dus, waarin ik voor hem briefpapier, enveloppen en postzegels had meegebracht.

Als ik op de eerste verdieping uit de lift stap, zie ik hem in de verte al zitten. De rolstoel halverwege zijn deur geparkeerd. Hij leunt voorover met mijn tas in zijn handen, zodat hij me aan kan zien komen lopen.
‘Ik wist niet of het belangrijk was,’ zegt hij. Aan zijn ogen en gezicht te zien, wil hij me nog meer vertellen. Ik hurk aan zijn voeten. Hij kijkt blij.
‘Gaat het wel goed met jouw lief, is hij gezond?’, vraagt hij bezorgd. Ik verzeker hem dat hij zich daarover geen zorgen hoeft te maken.
‘Ik heb je altijd begrepen,’ zegt hij, terwijl hij naar voren leunt, waardoor we elkaar diep in de ogen kunnen kijken. Ik pak zijn hand en houd deze tegen mijn wang.
‘Anderen vergeten vaak dat je meer dan vijftien jaar een heel moeilijk leven hebt gehad en dat je dat allemaal nog moet verwerken.’

Tranen wellen op. Ik knik instemmend, want ik kan niet praten. Iemand die het zelf niet heeft meegemaakt, zal nooit helemaal kunnen bevatten hoe het is om als ouder van drie kinderen er op alle fronten alleen voor te staan. De constante zorg. Het enorme verdriet en de machteloosheid die je voelt als je met een lege portemonnee tijdens sinterklaastijd in de winkel staat. Telkens angst op het moment dat de vaste lasten worden afgeschreven. Maar vooral de beperkte ruimte om jezelf als mens verder te ontwikkelen dan alleen als moeder. Tegen mijn beste vriendin zei ik wel eens, dat ik lachend ten onder zou gaan. Tot dusver ben ik nergens aan ten onder gegaan en ik lach nog steeds. Mijn kinderen doen het goed en maken me trots.

De tranen worden niet veroorzaakt door verdriet om het verleden, maar door ontroering dankzij de liefde van mijn vader voor mij. De beeldmaker in mij betreurt het dat ik dit moment niet kan vastleggen. Maar waarom zou ik het vastleggen op foto of film? Het is iets tussen mijn vader en mij, wat voor altijd op mijn netvlies staat gebrand. Hetgeen wij nu samen beleven, is voor ons tweetjes van onschatbare waarde. Vermoedelijk het langst voor mij.

‘Ik denk soms dat ik je te weinig aandacht heb gegeven,’ zegt papa. Die zorg heeft hij al eerder tegenover me uitgesproken.
‘Je hebt me genoeg aandacht geschonken,’ verzeker ik hem en ik haal herinneringen op aan de avonden dat hij en ik alleen thuis waren. Mijn broer was al het huis uit en mijn moeder bezocht gedurende geruime tijd elke avond haar moeder – mijn oma – in het verzorgingshuis. Papa en ik keken na de afwas samen televisie.

‘Met die vier cowboys,’ zegt mijn vader.
‘Ook die malle Nederlandse serie waarbij een deftige mevrouw zei: ‘Ik ben er helemaal confuus van’, terwijl ze achterwaarts in een doos viel.’ Mijn vader lacht. Hij weet het nog.
‘Toen ik klein was ging je ook wel eens met me fietsen, tegen het invallen van de avond,’ vertel ik.
‘Ik was heel erg blij dat we op het laatst die konijntjes nog zagen weg glippen, waardoor de fietstocht was geslaagd,’ zegt mijn vader.

Wanneer ik uit gehurkte positie omhoog kom, wrijf ik over mijn stramme benen. Mijn vader en ik lachen samen. Ook al ben ik vierenvijftig jaar, ik ben nog altijd zijn kind. Onvermoeibaar schenkt hij me aandacht, liefde en regelmatig een dosis wijze woorden.

Ik druk zijn hand nogmaals stevig tegen mijn gezicht en geef mijn vader een kus. ‘Ik hou van jou.’
Hij spreidt zijn armen en houdt me stevig vast alvorens me te laten gaan.