Afgelopen week kreeg ik elke dag opnieuw een klap in mijn gezicht. Telkens ontving ik teleurstellende berichten. Wat een snertzooi. Ik was er werkelijk depressief van. Waar gaat deze constante strijd eigenlijk over? Ik refereer hierbij aan mijn werk. Ik fotografeer en creëer met veel passie, maar om ervan te kunnen leven… poeh. En om erkenning te krijgen van de juiste personen – niet zozeer vanwege de erkenning zelf, maar om de kost te kunnen verdienen – is niet makkelijk. Ik ben het af en toe zo ontzettend beu allemaal. Dat geleur met mijn werk en mezelf. Wat stelt het geworstel bovendien allemaal voor op grote schaal?

We gingen gisteren op bezoek bij mijn schoonmoeder. Ze dementeert een beetje. Zodra ze me binnen zag komen, veerde ze op van de bank. Ze is nog redelijk kwiek, zeker voor haar leeftijd, maar dit was een wel erg lenige sprong. Ze stak beide armen in de lucht en riep blij: ‘Ik heb iets voor jou.’ Ze snelde naar de keuken, opende de koelkast en haalde er een bakje rauwkost uit. Ze overhandigde het me trots en vertelde dat het verzorgend personeel vreemd had opgekeken toen ze het bakje confisqueerde. ‘Normaal hoef je dat toch nooit,’ hadden ze gezegd. ‘Dat is voor mijn schoondochter,’ had ze geantwoord, ‘die vindt dat lekker.’
En dat klopt. Het was een salade van kleingesneden rode bietjes. Slechts één keer eerder had ik die in haar bijzijn gedeeltelijk opgepeuzeld. Schoonmoeder houdt niet van eten en heeft er nooit van gehouden. Ze krijgt altijd te veel geserveerd. Soms eten we samen in de bistro. Ik heb haar een tijd geleden geholpen met het wegwerken van de rode bietjes. Mijn ‘handicap’ is dat ik bijna alles lust. Ik noemde vroeger mijn eigen moeder wel eens plagend ‘container-Gonny’. Ze lustte ook bijna alles. Tegenwoordig ben ik zelf die container.

Ik stond echt versteld gisteren. Dat ze zich dát nog wist te herinneren, terwijl haar geheugen regelmatig verstek laat gaan. Ik was er zeer door ontroerd. Het was zo lief van haar. Ik ben pas een aantal jaren in haar leven. Ik mocht haar zoon ‘hebben’ als ik goed voor hem zou zorgen. Daarop heb ik volmondig ‘ja’ geantwoord. We lachen er samen vaak om. Dan zegt ze: ‘Je weet wat ik je heb gezegd.’ Soms met een vingertje in de lucht. ‘Jazeker, ik mocht uw zoon hebben mits ik goed voor hem zou zorgen,’ antwoord ik dan. Vervolgens verhaal ik in geuren en kleuren over mijn heldendaden, zoals het gezonde ontbijt op bed dat ik dagelijks voor hem maak. Dan weet ze dat ik mijn belofte nakom. Alhoewel ze daarvoor eigenlijk alleen maar naar haar zoon hoeft te kijken.

Zo’n bakje rauwkostsalade van mijn lieve schoonmoeder die zich niet alles meer kan herinneren, is zoveel belangrijker dan al die snertberichten van afgelopen week. Daar draait het wat mij betreft om in het leven. De kleine liefdevolle dingen. Attent zijn voor elkaar. Mijn vaders soep noemde ik altijd vloeibare liefde, omdat hij die voor me kookte als hij wist dat ik zou komen. Rode bietjes van mijn schoonmoeder zijn voortaan in mijn beleving ook een equivalent van liefde. Ze hebben een toepasselijke kleur bovendien. 

Mede dankzij die rauwkostsalade en mijn innerlijke veerkracht heb ik me vandaag met frisse moed opnieuw in de strijd om het bestaan geworpen. Meteen ontving ik via mail een teleurstellend bericht. (Dat was toeval.) Toen ik het las dacht ik bij mezelf: Screw you met je attitude. Vervolgens: Rode bietjes. En ik lachte erbij.

Potshot (self-portrait)