Heb je dat ook wel eens, dat je met een onbestemd gevoel ontwaakt? Wat is het dat je voelt: verdriet, boosheid, beide…? En dat er dan ineens allerlei woedende gedachten in je hoofd opkomen. Ik wil de vingers breken van de verkrachter die toevallig ook pianist is. Ik wens de vader die niet voor zijn kinderen zorgt ernstige teelbalkanker toe. Ik hoop dat mijn werkgever serieuze huwelijksproblemen heeft gekregen. Hij liet op mijn hulpverzoek na mijn scheiding ondanks zijn belofte niets meer van zich horen toen ik na 21 jaar trouwe dienst één keer mijn stem tegen hem verhief en zei: ‘Nee, nu luistert u eens naar mij.’ Ik wil zuur gooien in het gezicht van de verkrachter met dikke lippen die heel erg ijdel is. Ik hoop dat de vrouw van de fotograaf die me aanrandde nooit van hem is gescheiden maar hem een seksloos leven in de hel heeft bezorgd. Ik wens dat de regisseur die zich in mijn gezelschap Harvey Weinstein waande nergens meer aan de bak komt en zijn huis kwijt raakt.

Zoiets dus. Niet erg fraai misschien. Maar ik geef toe dat ik zo wel eens wakker word. En wat doe ik dan? Ik doe de dingen die ik die dag op de agenda heb staan. Ik reis van Holland naar Limburg de zon tegemoet. Klets in mijn woonplaats – waar de grond nog steeds warmer onder mijn voeten aanvoelt dan het gladde ‘Hollandse’ ijs – met de slager en zijn vrouw. Loop een gitarist tegen het lijf en deel kort de laatste stand in wel en wee. Maak een praatje met de eigenaresse van het dagrestaurant. Laat me drie afscheidskussen geven door de 78-jarige tuinman (die er uitziet alsof hij begin 60 is) terwijl hij zijn handen liefdevol op mijn wangen legt. Ga bij de lijstenmakers langs die zoveel meer voor me betekenen dan alleen vaardigheden op hun vakgebied. Ren binnen bij mijn vriendin van 83 jaar en neem dankbaar haar kruiden in ontvangst (salie!). Ik kijk mensen in hun ogen terwijl ik met hen praat en ervaar helende goedheid. Heilzaam tegenwicht.

Vanzelfsprekend ga ik langs bij mijn vader. Tijdens het laatste gesprek werd gezegd dat mensen tot hun 40e op hun best zijn. Mijn lief vroeg hem of er na z’n 80e (tweemaal 40: een keer op en een keer af) weer stijgende lijn in zat. Mijn vader zei: ‘Ja.’ Want hij had vanaf toen meer tijd gekregen om na te denken over het grote geheel, doordat hij zich minder druk hoefde te maken om dagelijkse beslommeringen. Ik laaf me aan mijn vaders wijsheid.

‘Black Friday’

En wat doe ik nog meer? Ik maak een zelfportret en leg al mijn emoties daarin. In mijn woonkamer valt mijn oog op ‘Black Friday’ waarop het lijkt of ik mijn tong uitsteek terwijl er sperma van afdruipt. Ik vermoed dat sommigen zo ijdel zijn dat ze fantaseren dat het hun sperma is. Maar zal ik je kennis eens opfrissen? Het is shampoo. Erg smerig als je het achter in je strot krijgt, bijna net zo smerig als sperma dat daar niet terecht hoort te komen. Het voordeel van shampoo is echter dat als het wordt gemasseerd het gaat schuimen en daardoor in mijn beleving tot schuim der aarde verwordt. Het schuim dat je makkelijk door een afvoerputje weg kunt spoelen, waarmee tegelijkertijd mijn woede jegens anderen (tijdelijk) afvloeit. Fotografie werkt helend. Zeker in mijn geval, want ik doe alles zelf. Ik heb niets met anderen te maken. Niemand die me commandeert of regisseert. In mijn leven geen hashtag-MeToo. Ik ben geen weerloos slachtoffer, want mijn fotografie is mijn antwoord, mijn revanche. Idee, make-up, licht, styling, decor, ALLES doe ik zelf. Ik druk op de knop, ik fotografeer mezelf, ik bepaal. Als een fotograaf zou voorstellen: ‘Zeg, ga eens liggen op tafel met een varkenskop naast je,’ dan zou ik hem de middelvinger geven. Mijn zelfportretten vertellen over mijn gevoelens, mijn leven, ze zijn mijn dagboek. Nu ik alles in mijn eentje doe kruip ik ontelbare keren op en af de tafel om op het display van de camera te controleren wat ik heb gedaan. Voor mezelf span ik mijn kuiten extra aan, zodat ik daarna twee dagen lang met kramp rond loop. Voor mezelf druk ik mijn heupen iets meer omhoog. Voor mezelf leg ik mijn vingers verleidelijk net niet in mijn kruis. Ik ben een vrije geest in een vrij lichaam, ook al probeert men soms ongevraagd en ongewenst beslag op mij te leggen.

Mijn vader die vanaf zijn 80e nóg meer wijsheid heeft vergaard zegt tegen mensen die hem aanspreken op mijn zelfportret ‘Banquet’ nadat het in de krant stond: ‘Ik weet wat mijn dochter daarmee bedoelt. Het gaat over de positie van de vrouw in de hedendaagse maatschappij.’ Die theorie heeft mijn vader zelf ontwikkeld en daarom ben ik heel trots op hem. Ik heb nooit mijn gedachten achter dit zelfportret met hem gedeeld want weet je, als ik een zelfportret maak dan denk ik daarover niet na. Mijn onderbewustzijn regisseert mij. Alle ervaringen die ik heb opgedaan sturen me in een bepaalde richting. Naderhand schreef ik deze tekst bij de varkenskopfoto: ‘Being flesh and blood doesn’t automatically imply being a piece of meat.’ Maar dat kwam dus later pas, toen ik bewust waarnam wat ik had gefotografeerd.

Mijn geest krijg je nooit te pakken, zelfs niet terwijl je met jouw walgelijk lijf mijn vlees probeert te verpletteren en te vernederen.

Voor mij geen hashtag-MeToo. Zelfportretten. Autonomie. Ik loop geen gevaar, want ik heb de regie over mijn leven en daardoor over mijn kunst. Ik ben vrij.

‘Banquet’